Behandeling bijkomende symptomen ADHD

Naast de kernsymptomen (aandachtstekortstoornis, hyperactiviteit, impulsiviteit), ontwikkelen mensen met ADHD ook andere bijkomende symptomen. Een aantal van deze bijkomende symptomen zijn bijvoorbeeld prikkelbaarheid, driftbuien, emotionele labiliteit, desorganisatie en leerproblemen op school. Bovendien kunnen zich zogenaamde comorbide stoornissen voor doen – zoals depressies, autisme of angststoornissen. Deze moeten niet worden beschouwd als bijkomende symptomen, maar meer als op zich staande aandoeningen. Als deze aandoeningen niet worden behandeld, kunnen ze een negatief effect hebben op de prognose. Het is daarom heel belangrijk dat de behandeling wordt toegespitst op de behoeften van elk kind afzonderlijk en dat per individueel geval wordt bepaald welke behandelmethoden worden gecombineerd.

Behandeling van bijkomende symptomen

Afhankelijk van de bijkomende symptomen en andere voorkomende aandoeningen, kunnen verschillende behandelmethoden noodzakelijk zijn. Bijvoorbeeld:

  • Oppositioneel-opstandig gedrag: Gedragstherapie, sociale vaardigheidstraining
  • Dyslexie of dyscalculie: Toepasselijke behandelmethoden en compensatie voor de nadelen die op school ondervonden worden

  • Stoornissen met betrekking tot eigen beeld van het lichaam en coördinatie: Ergotherapie
  • Angststoornissen, depressies: Psychotherapie; indien nodig, behandeling met medicijnen
  • Problemen thuis: Training voor ouders, gezinstherapie, psychotherapie

Goed om te weten

Als de kernsymptomen van ADHD met medicijnen worden behandeld, heeft dit vaak ook een gunstig effect op de manifestatie van bijkomende symptomen en comorbide stoornissen. Indien een persoon met ADHD last van bijkomende symptomen heeft, kunnen die van invloed zijn op de keuze voor passende medicatie bij de behandeling van de kernsymptomen. Zo wordt bijvoorbeeld bij een gedragsstoornis vaak een behandeling met methylfenidaat aanbevolen.

Behandeling van ADHD: Feiten en Fabels

Er kleven nog steeds veel vooroordelen aan ADHD. Ouders van kinderen met ADHD worden er bijvoorbeeld vaak van beschuldigd dat slecht ouderschap de oorzaak is van het opvallende gedrag van een kind. Verder wordt er telkens beweerd dat ADHD een "fictieve" ziekte is die eigenlijk niet bestaat en dat medicatie alleen wordt toegediend om de kinderen rustig te houden.

Wat is nou echt waar? Leer daar hier meer over:

1.

FABEL: Kinderen met ADHD hebben gewoon een slechte opvoeding genoten

Het is een feit dat bij kinderen met ADHD de stofwisseling in de hersenen is verstoord en dat de neurotransmitters dopamine en noradrenaline in disbalans zijn. Deze verstoring is waarschijnlijk genetisch. De ziekte wordt dus niet veroorzaakt door een slechte opvoeding. Het is echter waar dat de symptomen kunnen worden versterkt door ongunstige omstandigheden en opvoedmethoden. Professionele training voor ouders kan daarom een belangrijk onderdeel van de behandeling van ADHD zijn. 

2.

FEIT: ADHD is een ziekte

Het antwoord is: ja! Volgens de definitie is ADHD een neurobiologische ziekte die erfelijk is. De ziekte wordt ook beschreven in de internationale classificatie van ziekten (ICD) van de Wereldgezondheidsorganisatie. De drie kernsymptomen van ADHD zijn aandachtsproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit. 

3.

FABEL: ADHD bestaat eigenlijk helemaal niet

Er wordt telkens weer beweerd dat ADHD een modeverschijnsel is. In 1932 werd ADHD echter eigenlijk al voor het eerst omschreven – door de artsen Franz Kramer en Hans Pollnow in Duitsland. En de Duitse neuroloog dr. Heinrich Hoffman uit Frankfurt beschreef de symptomen van ADHD al in zijn wereldberoemde kinderboek “Der Struwwelpeter” (Piet de Smeerpoets) – dat was in 1845, toen de aandoening nog geen naam had. Wat waar is, is dat het aantal vastgestelde gevallen is gestegen de laatste twintig jaar. Deskundigen zeggen dat dat komt doordat de aandoening inmiddels bekend is bij iedere arts en dus sneller en beter vastgesteld kan worden. De cijfers tonen aan dat ongeveer twee tot zes procent van alle kinderen en jongeren ADHD heeft. Het wordt vaker vastgesteld bij jongens dan bij meisjes.

4.

FABEL: ADHD-medicijnen veranderen iemands karakter

Veel ouders vrezen dat ADHD-medicijnen het karakter van hun kind kunnen veranderen. Feitelijk normaliseren stimulerende middelen, die vaak worden gebruikt, de verstoorde stofwisseling in de hersenen. Ze brengen een vermindering van de symptomen kenmerkend voor ADHD – zoals aandachtsproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit teweeg. Daardoor kunnen kinderen met ADHD zich vaak beter concentreren en zijn ze niet meer zo hyperactief en impulsief. Deze veranderingen kunnen in het begin als vreemd worden ervaren door de omgeving van het kind. Ze zijn echter belangrijk zodat kinderen met ADHD zich kunnen ontwikkelen op een wijze die past bij hun leeftijd, hun sterke punten en hun talenten kunnen gebruiken en in staat zijn om positieve sociale ervaringen op te doen in het gezin en op school.

5.

FEIT: ADHD is makkelijk behandelbaar

Als de aandoening eenmaal is vastgesteld en er met een passende behandeling is gestart, zijn de meest belangrijke stappen al genomen. Per kind worden de verschillende behandelmethoden nauwkeurig op elkaar afgestemd om te voorzien in de behoefte van het kind – zoals gedragstherapie, training voor ouders en leerkrachten en, indien nodig, medicatie. Een toegespitste behandeling is erg belangrijk om ervoor te zorgen dat kinderen zich kunnen ontwikkelen op een wijze die bij hun leeftijd past, goede relaties op kunnen bouwen en in staat zijn hun talenten nadrukkelijk te gebruiken. Het is belangrijk dat ze de nodige steun krijgen van hun familie en op school en dat hun sterke punten en talenten worden bepaald en gewaardeerd.