ADHD bij meiden

Hoe goed wordt het herkend?

Issue 14

ADHD bij meiden in de klas

Anton Horeweg stond veertig jaar voor de klas in het primair onderwijs. Inmiddels is hij gedragsspecialist, trainer en auteur. “En toch voel ik me in de eerste plaats nog altijd leerkracht.” Dat kinderen vastlopen omdat ze niet goed begrepen worden, kan hij maar moeilijk aanzien. Daarom helpt hij leerkrachten om verder te kijken dan het gedrag: waar loopt een kind tegenaan en wat kan helpen? We praten met hem over ADHD bij meiden in de klas.

We weten steeds meer over ADHD bij meiden. Bereikt die kennis ook het klaslokaal, vind jij?

“Van wat ik hoor en zie: nog nauwelijks. Toen ik begon, ging ADHD vooral over jongetjes. Druk, snel afgeleid. Meisjes kwamen in dat verhaal lange tijd gewoon niet voor. Inmiddels weten we veel meer en is er ook meer aandacht voor ADHD bij meiden. Maar dat beeld van het drukke jongetje zit er nog stevig in.

Het helpt ook niet dat veel mensen een beetje wars zijn van wat zij ‘labels’ noemen. Zo van: ‘Ja, tegenwoordig heeft iedereen ADHD’, of: ‘We moeten die kinderen niet zo in hokjes willen stoppen.’ Terwijl, als kinderen vastlopen, dan moet je daar iets mee. Voor mij staat voorop dat ze een goede schooltijd hebben. En dat ze de support krijgen die daarbij nodig is. Dan is het fijn om te begrijpen waar ze tegenaan lopen en wat hen kan helpen om tot leren te komen.”

Wat viel jou in jouw jaren voor de klas vooral op bij meisjes met ADHD?

“Het chaotische. Met tien dingen tegelijk bezig zijn, maar niets afmaken. Het overzicht kwijtraken, dingen niet goed georganiseerd krijgen. Maar ook het dromerige. Soms liep het lastig met vriendschappen. En op een gegeven moment zag je ook faalangst ontstaan. Als iets vaak misgaat of anders loopt dan bij een ander, gaat een kind toch denken: ik kan het blijkbaar niet. Of zelfs: ik ben een stom kind. Heel naar.

Maar er zijn ook meiden bij wie je het niet direct ziet. Die gaan ogenschijnlijk goed, doen lekker mee in de klas en halen mooie cijfers. Dan is het de kunst om achter het gedrag te kunnen kijken. Soms zit het in een losse opmerking. Een meisje vertelt bijvoorbeeld dat ze heel lang met haar huiswerk bezig is geweest. Vraag dan eens door: hoe lang? Wat vond je lastig? En ook als een leerling steeds spullen of opdrachten vergeet, moet je niet meteen denken: die is gemakzuchtig. Ga in gesprek. ‘Het valt me op dat je dingen vergeet. Vertel eens.’ Zo’n eenvoudige vraag kan al veel opleveren.”

Wat kan een leerkracht doen om te helpen?

“Structuur bieden. Een grote opdracht samen in kleine stappen opdelen bijvoorbeeld. Of de uitleg nog even op het bord zetten. Help haar op weg: ‘Weet je wat je moet doen? Wat is je eerste stap?’

Dit alles kun je ook prima voor de hele klas doen. Ook kinderen zonder ADHD kunnen hier baat bij hebben. Wie het zelf kan, laat je wat meer los. Wie nog hulp nodig heeft, blijf je ondersteunen. Ook als ze ouder worden. Je kunt niet zeggen: je bent nu veertien, dus nu moet je het zelf kunnen. Als iets nog niet lukt, blijf dan samen kijken wat helpt. Die zelfstandigheid bouw je stap voor stap op. En het ene kind heeft daar nu eenmaal meer hulp bij nodig dan het andere.

Laat ook merken dat je ziet hoeveel moeite een kind doet. ‘Hé wat goed, ik zie dat je al drie sommen verder bent.’ Of: ‘Fijn, de helft van je huiswerk is gelukt. Hoe pakken we de rest aan?’ Het lijken kleine dingen, maar ze maken een wereld van verschil.”

Doe mee >>>

Het goede nieuws: anno 2026 weten we steeds meer over ADHD bij meiden. En jonge vrouwen zoals Loïs ( lees haar verhaal in deze uitgave) gaan en masse op zoek naar een verklaring voor waar ze (terugkijkend) al jaren tegenaan lopen: zou het ADHD kunnen zijn? 

Een belangrijke ontwikkeling. Maar hoe zit het met de meisjes die nú opgroeien? Bereikt de ‘nieuwe’ kennis ook ouders, onderwijs en zorg? En wordt ADHD bij meiden die nu opgroeien daardoor ook al eerder herkend?

Met de landelijke peiling de peiling ‘ADHD bij meiden’ hopen kinderartsen Sultan Duyar en Rob Pereira hier meer inzicht in te krijgen. 

De peiling richt zich op ADHD bij meiden in de basisschool- en middelbare schoolleeftijd (6 t/m 17 jaar).

In de peiling is er aandacht voor mogelijke signalen, de weg naar hulp en diagnostiek en aan de rol van factoren als slaap, beweging, voeding en gewicht.

Doe mee op ADHD BIJ MEIDEN

Rob Pereira: “Door beter te begrijpen wat ouders, naasten en professionals zien en herkennen, kunnen we bijdragen aan meer bewustwording en mogelijk eerder passende ondersteuning.”

Iedereen van 18 jaar en ouder kan meedoen. Of je nu ouder, familielid of onderwijsprofessional bent, of geen directe ervaring met ADHD hebt: jouw antwoorden doen ertoe.

De uitkomsten delen we na afloop hier op ADHDgids.nl.

Schermgebruik en ADHD: waar doe je goed aan?

Een filmpje op de tablet, gamen op de computer of een serie kijken op tv: ‘schermtijd’ hoort er in de meeste gezinnen echt wel bij. Maar het roept ook vragen op. Hoeveel schermtijd is verstandig? Wat doet je kind eigenlijk online? En waarom is stoppen soms zo lastig? En ja, als je kind ADHD heeft, kunnen daar extra uitdagingen bij komen. Hoe ga je daar goed mee om?

Eerst even terug. Kinderen en jongeren met ADHD-klachten lijken kwetsbaarder voor ‘problematisch gebruik’ van digitale media. Hoe zit dat?

Een scherm kan afleiding bieden van problemen of een druk hoofd. Apps en games bieden bovendien steeds iets nieuws en vaak direct een beloning: een berichtje, een volgend filmpje of punten in een game. Bij ADHD kan juist die snelle beloning (dopamine!) extra aantrekkelijk zijn. Tel daar moeite met het remmen van impulsen bij op en stoppen met scrollen of gamen kan best lastig zijn. Andersom zijn er ook aanwijzingen dat digitaal mediagebruik samenhangt met meer ADHD-klachten. Hoe dat verband precies werkt, is nog niet duidelijk.

Hier komt bij dat het puberbrein nog volop in ontwikkeling is.

Tieners ontwikkelen nog de vaardigheden waarmee ze hun gedrag sturen: plannen, vooruitdenken en schakelen tussen activiteiten. Stoppen met iets leuks om aan huiswerk te beginnen of naar bed te gaan, vraagt dus nogal wat. Je kind kan best weten wat de afspraak is, maar toch hulp nodig hebben om zich eraan te houden.

Wanneer wordt schermgebruik een probleem?

Schermtijd is echt niet alleen maar slecht voor je. Het geeft óók plezier, ontspanning en verbinding met anderen.

Maar veel schermtijd kan ook ten koste gaan van andere dingen. Bijvoorbeeld van:

  • Slaap: als je kind lang blijft kijken of gamen, schuift de bedtijd makkelijk op. Schermgebruik in de avond kan bovendien de slaap verstoren. En wie moe is, heeft de volgende dag vaak meer moeite met concentreren en het omgaan met emoties.

  • Beweging: tijd achter een scherm kan ten koste gaan van bewegen en buiten spelen. Terwijl een kind dat juist nodig heeft.

  • Rust in het hoofd: sommige kinderen worden na spannende games of filmpjes juist drukker of onrustiger. Tot rust komen kan daarna lastiger zijn.

  • Concentratie en schoolwerk: berichtjes, meldingen en filmpjes tussendoor halen je kind steeds uit de concentratie. Huiswerk kost zo meer tijd en aandacht, terwijl concentreren bij ADHD vaak al best lastig is.

  • Stemming en zelfbeeld: nare reacties, online pesten of jezelf vergelijken met perfecte plaatjes kunnen je kind onzeker, verdrietig of angstig maken.

Kijk daarom naar wat het schermgebruik je kind brengt én wat erdoor in de knel komt. 

Praktische tips

Je kind helpen om gezond met schermen om te gaan, vraagt om duidelijke afspraken én begeleiding. Een paar praktische tips:

  • Maak afspraken vóór de discussie begint Bespreek op een rustig moment wanneer je kind mag kijken of gamen en wanneer het apparaat uitgaat. ‘Niet te lang’ is vaag. ‘Tot half zes, daarna gaan we eten’ geeft meer houvast. Laat je kind meedenken en begin met een paar overzichtelijke afspraken. En: leg ook uit waarom die afspraken belangrijk zijn.

  • Bescherm de nachtrust. Gebruik minimaal een uur voor het slapengaan geen schermen, en houd ze ook buiten de slaapkamer. Bedenk samen wat je kind in dat laatste uur kan doen om tot rust te komen: lezen, douchen of iets anders rustigs. Een vaste routine kan houvast geven.

  • Maak de verleiding kleiner. Zet onnodige meldingen en automatisch afspelen uit waar dat kan. Leg apparaten die niet nodig zijn tijdens huiswerk buiten handbereik. Zet de tv uit als niemand kijkt.

  • Help bij het stoppen. Geef kort van tevoren een herinnering: ‘Nog vijf minuten.’ Probeer eventueel een zichtbare timer. Kijk bij games of afleveringen vooraf naar een logisch eindpunt binnen de afgesproken tijd. Vertel ook wat daarna komt, zodat je kind zich op de overgang kan voorbereiden.

  • Zoek uit wat het scherm je kind brengt. Is het een manier om bij te komen na school, contact te zoeken of verveling te verdrijven? Als je dat weet, kun je beter meedenken. Zoek samen ook andere mogelijkheden: muziek luisteren, tekenen, iets bakken of naar buiten. ‘Zullen we een rondje lopen?’ geeft meer richting dan ‘Ga eens iets anders doen’.

  • Doe zelf mee. Leg je eigen apparaten ook weg op de afgesproken momenten, bijvoorbeeld tijdens het eten. Zo laat je zien dat de afspraken voor het hele gezin gelden. 

[LEZEN]

Een hoofd vol ideeën, snel afgeleid zijn, maar soms ook supergefocust… In het nieuwe prentenboek Wat jij ziet, is maar een stukje van ADHD ontdekken kinderen hoe ADHD van binnen voelt. Via herkenbare situaties geeft het boek aanleiding om samen te praten over ADHD. Zo wordt ook voor ouders, leerkrachten en zorgverleners duidelijk wat er in het hoofd van een kind met ADHD omgaat.

[LEZEN]

Geen druktemaker, maar een stille dromer: als kind viel Sophie niet op, terwijl ze vanbinnen veel onrust voelde. Ze miste uitleg, raakte snel afgeleid en hoorde dat ze beter haar best moest doen. Pas op haar 31ste kreeg de BEDROCK-redacteur de diagnose ADHD. Dat bracht opluchting, maar ook de vraag: wat als ze dit eerder had geweten? Ze schrijft over haar zoektocht en wat contact met andere vrouwen haar opleverde. “Ik ben milder geworden voor mezelf.”

[BELEVEN]

Tijdens ADHerDay op 6 november aanstaande komen honderden vrouwen met ADHD samen, die eindelijk niet meer hoeven te verstoppen wie ze zijn. Verwacht plenaire sessies, keynotes, inspirerende verhalen, workshops én andere ervaringen die je niet alleen aanhoort, maar ook beleeft. “ADHerDay is waar de maskers af mogen en waar je aan het eind van de dag niet alleen een leuk dagje hebt gehad, maar vooral het gevoel: ik ben niet de enige.” Het event is powered by de Dopamina’s.

[ZIEN]

Even je telefoon checken… en voor je het weet ben je een uur verder. Presentator Roeland Wendel herkent het maar al te goed. Hij heeft ADHD en zit gemiddeld zes uur per dag op zijn telefoon. Dat wil hij halveren. Zijn aanpak? Zwemmen, wielrennen en andere bezigheden die hem prikkelen. “Probeer het niet alleen weg te leggen, maar ook te vervangen met iets.” Aan RTV Utrecht vertelt hij hoe hij bewuster met zijn schermtijd omgaat.

[BELEVEN]

Wat gebeurt er als je hoofd nooit stilstaat? In Alle Dagen Heel Divers neemt Femke Vernij je mee in haar eigen ADHD-brein: snel, chaotisch, creatief en soms overweldigend. Met scherpe observaties, rake liedjes en een flinke dosis zelfspot fileert ze haar dagelijks leven. Ze benoemt wat schuurt, lacht om wat ontspoort en laat zien hoe humor houvast kan geven. Een (h)eerlijke dopamine-boost voor iedereen: met, zonder of náást ADHD.

[LUISTEREN]

In de nieuwste aflevering van Aan het werk met ADHD gaat Frans Visée in gesprek met Brenda, ADHD business coach en online business manager. Ze helpt ondernemers met ADHD om meer rust, overzicht en richting te creëren in hun bedrijf. Centraal staat een herkenbaar thema voor veel ondernemers: een hoofd vol ideeën, maar moeite om te kiezen, af te maken en structuur aan te brengen. Brenda ontwikkelde hiervoor een praktische methode én een hyperfocus mini-guide, waarmee je leert filteren, keuzes maken en in actie komen.

Loïs: “Aan mijn cijfers zag je niet hoeveel moeite het me kostte”

Jarenlang had Loïs (26) chronische hoofdpijn. Een bloedonderzoek, een MRI-scan, een neurologische check: ze liet zich van top tot teen onderzoeken, maar er werd niets gevonden. Tot op haar 22e ADHD bij haar werd vastgesteld. “Terugkijkend was ik al die tijd gewoon volkomen overprikkeld.” Inmiddels richt ze haar leven zo in dat het bij haar past, in plaats van andersom. En dat maakt een wereld van verschil. “Mijn ADHD is nu meer mijn superkracht. Toen was dat het niet.”

Hoe was jij als meisje?

“Heel creatief. Mijn zus en ik verzonnen van alles. Als we geen nieuwe Barbie kregen, tekenden we zelf poppetjes om mee te spelen. Ik verveelde me ook snel, er moest steeds iets gebeuren. En ik praatte veel. Als de juf op maandag vroeg wat we in het weekend hadden gedaan, kon ik daar rustig een kwartier over vertellen. Maar mijn aandacht bij mijn werk houden was lastig. In mijn hoofd was het hartstikke onrustig. Ik had het denkvermogen voor de plusklas, maar kreeg mijn werk niet op tijd af.

Ik had ook een kort lontje en kon ineens ontploffen. Alle frustratie kwam er dan in één keer uit. Vanwege die uitbarstingen en heftige emoties ben ik op mijn tiende onderzocht. Maar er kwam niets uit. Niks aan de hand, zeiden ze."

Hoe was jouw middelbare schooltijd?

“Ik deed vwo en kon de stof prima aan, maar het kostte me ontzettend veel moeite. Ik zat ’s avonds en in het weekend urenlang op mijn kamer om mijn huiswerk af te krijgen. Als anderen vertelden dat ze maar een paar uur hadden geleerd, dacht ik: hoe dan? Ik deed er voor mijn gevoel twee of drie keer zo lang over. Ik gebruikte altijd een agenda, plande vooruit en verzon trucjes om dingen te onthouden: liedjes maken van de leerstof, samenvattingen rappen, kleuren koppelen aan namen bij topografie… Aan mijn cijfers zag je niet hoeveel werk erin zat.

Vanaf de middelbare school had ik ook steeds vaker heftige hoofdpijn. Rond mijn dertiende, veertiende werd ik daarvoor onderzocht, maar er werd niets gevonden. Uiteindelijk ben ik uit mezelf naar de havo gegaan. Minder vakken, wat meer lucht. Maar die hoofdpijn bleef, ook tijdens mijn hbo-opleiding.”

Hoe kwam je er uiteindelijk achter dat je ADHD had?

“Rond mijn afstuderen ging ik samenwonen. Mijn studie afronden, een huishouden runnen, mijn eigen bedrijf… Ik vond het pittig om al die ballen in de lucht te houden. Ik raakte het overzicht kwijt en liep regelmatig vast. Ondertussen zag ik op TikTok verhalen over ADHD waarin ik mezelf enorm herkende. Toen heb ik de huisarts gebeld.

Toen ik na een lange wachttijd mijn diagnose kreeg, moest ik huilen. Het was zo’n bevestiging: ik ben niet gek, ik stel me niet aan. Terugkijkend ben ik al die tijd volkomen overprikkeld geweest. En op school moest ik mee in een ritme en stramien dat helemaal niet bij me paste. Daar kwam die hoofdpijn vandaan, dat denk ik echt. Ik had het mezelf zó gegund dat iemand eerder had gezien hoeveel moeite alles me kostte. Erkenning en een pilletje, zeg ik weleens. Ik denk echt dat die mijn schooltijd een stuk makkelijker hadden kunnen maken.”

Hoe is het nu met je?

“Heel goed. Ik richt mijn leven nu in zoals het bij mij past. Met mijn eigen bedrijf bepaal ik zelf mijn werktijden en neem ik rust als ik die nodig heb. Al lukt dat niet altijd met een zoontje van twee en een tweede op komst… Ik vraag ook makkelijker om hulp. De hoofdpijn is niet meer teruggekomen. Natuurlijk heb ik nog mijn strubbelingen, maar dat is oké. Dit is wie ik ben. En ik zou mezelf ook wel heel saai vinden zonder ADHD.”

Wat zou je leerkrachten en ouders mee willen geven?

“Praat met kinderen. Kijk niet alleen naar wat ze presteren, maar vraag ook hoe het met ze gaat. En vraag dóór. Zorg ook dat school en thuis met elkaar in contact staan. Ouders zien lang niet altijd alles, leerkrachten ook niet. Samen krijg je een beter beeld van hoe het écht met een kind gaat en wat het nodig heeft.”

Colofon

Dit online magazine is mede mogelijk gemaakt door Medice BV.

Wij danken Anton Horeweg en Loïs Molenaar voor hun medewerking en dr. Sultan Duyar en Rob Pereira voor hun medewerking aan de peiling ADHDbijMeiden.