ADHD it runs in the family

Issue 11

ADHD zit vaak ‘in de familie’. Maar hoe werkt dat dan eigenlijk?

Heb je ADHD? Dan ben je waarschijnlijk niet de enige in jouw familie: ADHD is, net als veel andere psychiatrische aandoeningen, erfelijk. We vroegen prof. dr. Sandra Kooij (psychiater en ADHD-expert) hoe dat dan werkt, binnen ‘ADHD families’.  

Hoe erfelijk is ADHD?  
“Bij eeneiige tweelingen, die bijna hetzelfde DNA delen, zien we dat als de één ADHD heeft, de ander het in 70 tot 80 procent van de gevallen ook heeft. Bij twee-eiige tweelingen is dat ongeveer 30 procent. Als jij ADHD hebt, is de kans dat je kind het óók heeft ongeveer 50% . Hebben beide ouders ADHD? Dan wordt die kans nog groter.  

ADHD is dus ‘behoorlijk erfelijk’.  

Maar dat hoeft niet altijd te betekenen dat het zich ook uit; je kunt wél de aanleg hebben, maar niet de klachten. ADHD kan prima een generatie overslaan. We noemen dit ‘expressie’: of het genetische materiaal dat je bij je draagt, wel of niet tot uiting komt in jouw functioneren.”   

De expressie van ADHD hangt af van allerlei omgevingsfactoren. 

“Complicaties tijdens de zwangerschap, stress of andere psychische klachten (zoals angst of paniek) kunnen de symptomen versterken. Maar er zijn óók factoren die helpen. Mensen die verder geen andere mentale problemen hebben, opgroeien in een stabiel gezin, voldoende steun krijgen, lichamelijk gezond zijn of een hoge intelligentie hebben, functioneren vaak beter. Ook het leren omgaan met emoties maakt verschil.”   

Eén beschermende factor springt er uit: goed slapen. 

“Wist je dat 80% van mensen met ADHD slechte slapers zijn? Ik vermoed dat de mensen in een familie die wél ADHD-trekken hebben maar daar geen last van hebben, goede slapers zijn. Slaap is zó bepalend dat het de ernst van ADHD enorm kan beïnvloeden. 

Ik houd me hier veel mee bezig. Bijvoorbeeld door slaapbehandelingen te ontwikkelen, zoals chronotherapie waarbij je - onder andere met licht, melatonine en goede slaaphygiëne - de biologische klok naar voren haalt. Zo reset je de verlate slaapfase waar veel mensen met ADHD last van hebben.”

Je ADHD groeit met je mee, maar hoe het zich ontwikkelt is voor iedereen anders.

Ook hier zijn die omgevingsfactoren belangrijk. “Als iets of iemand je veel structuur biedt, kun je lange tijd stabiel blijven. Maar als dat plots wegvalt - bij een scheiding, nieuwe baan of andere verandering - kan de ADHD ineens veel zichtbaarder worden. Iedereen moet op dit soort momenten schakelen, maar bij mensen met ADHD is dat extra pittig.” 

Bij meisjes en vrouwen spelen ook hormonen een belangrijke rol in hoe ADHD zich ontwikkelt. 

“Door de cyclus schommelt hun oestrogeenspiegel behoorlijk. Dit hormoon stabiliseert je stemming, focus en geheugen. Daalt je oestrogeen - zoals in de week voor de menstruatie, na een bevalling of tijdens de overgang - dan krijgen vrouwen met ADHD vaak méér last van hun klachten.

Vrouwen met ADHD lijken ook vroeger in de overgang te komen en melden zich eerder met hartklachten. Oestrogeen heeft namelijk niet alleen invloed op stemming, geheugen en focus, maar óók op hart, bloedvaten, immuunsysteem en botdichtheid. Als je hormonen ontregeld zijn, heeft dat dus effect op álles: hoe je je voelt, hoe je denkt en hoe je lichaam reageert. Dat maakt klachten zwaarder, vooral als je al kwetsbaar bent door ADHD.”

Het op tijd krijgen van de diagnose kan veel verschil maken. 

“Mensen met niet-gediagnosticeerde ADHD verwijten zichzelf vaak van alles. Ze voelen zich minder dan anderen en zijn bang voor kritiek. Funest voor je zelfvertrouwen. Een diagnose geeft dan veel begrip. Je weet waarom dingen lastig zijn en waar je op kunt letten.

Je kunt eerder steun zoeken, leren wat wél werkt en voorkomen dat je blijft worstelen zonder te begrijpen waarom. Het verkleint de kans op depressie, angst, verslaving of uitval op school of werk. Ik hoor dan ook vaak: had ik dit maar eerder geweten.” 

Wat zie je veel terug binnen gezinnen waar ouders én kinderen ADHD hebben?  

“De ouder met ADHD voelt het kind vaak goed aan. Ze herkennen en begrijpen wat er gebeurt en kunnen advies geven. Zo’n ouder is vaak wat toleranter. Dit kan óók spanningen geven, zeker wanneer de andere ouder géén ADHD heeft. Dan ontstaat er bijvoorbeeld discussie over de opvoeding. Omdat de ene ouder strakker wil sturen, terwijl de ADHD-ouder voelt dat het kind iets anders nodig heeft.”

Wat wil je écht nog meegeven?

“Als je weet dat je ADHD hebt óf er aanleg voor hebt, ga dan gericht kijken naar wat helpt. Investeer in dingen die je klachten kunnen verminderen of beter hanteerbaar maken. Het is een opdracht aan iedereen om zo goed mogelijk met zijn kwetsbaarheden om te gaan. Dat geldt voor elk mens, maar voor mensen met ADHD is dit extra belangrijk.” 

 

“Er is geen pasklare oplossing die sowieso werkt, het blijft een zoektocht”

Midas, de oudste zoon van Manon (44), heeft ADHD. Ook bij haarzelf is die diagnose gesteld, zo’n drie jaar geleden. Het maakt het gezinsleven vaak ingewikkeld, zeker omdat Manons middelste zoon ook autisme heeft.

We spraken met haar. Over hoe het is om een gezin te runnen terwijl je ADHD hebt. En over hoe dat dan gaat, als je kind het óók heeft.

Wanneer ontdekten jullie het, bij Midas?

“Dat begon al in groep drie. Dan moest hij altijd nog iets af te maken, terwijl de rest al klaar was. Dat duurde dan te lang en was híj degene waardoor de groep geen beloning kreeg. Dat doet iets met een kind. Hij was steeds vaker boos, gefrustreerd. ‘Ik kan het toch niet’, was het dan. Tijdens een reguliere screening van de GGD werd hij eruit gepikt, omdat hij opvallend veel moeite had met concentratie. Toen ging het balletje rollen.”

“De diagnose voelde dubbel. We waren opgelucht, want er was een verklaring. Maar er waren ook veel vragen. We kregen adviezen van school, van de GGD, van het onderzoeksbureau... En we hebben eigenlijk gewoon gedaan wat ons werd geadviseerd. 'Zij zullen het wel weten’, denk je dan.”

En, hielp dat ook?

“Het is echt een zoektocht gebleken - en dat is het nog steeds. We hoopten dat, als we eenmaal aan de juiste knoppen draaiden, het wel los zou lopen. Maar er is geen pasklare oplossing die sowieso werkt. De medicatie bijvoorbeeld, was zó zoeken. Hij had last van de bijwerkingen: slecht eten, slecht slapen, somberheid. En ondertussen ging het op school ook niet goed. Zijn resultaten liepen terug en de zorg bleef uit. Zijn zelfvertrouwen is in die periode echt beschadigd. Als dingen steeds niet lukken, ga je geloven dat je niet goed genoeg bent. Terwijl, het is zo’n fantastisch kind. We zijn megatrots op hem. Het doet pijn als hij dat zelf niet ziet.”

“De rol van school is heel belangrijk. In groep vier troffen we een juf die hem goed begreep. Ze gaf hem rust, liet hem bewegen, vond het geen probleem als hij even afhaakte. Maar in de jaren erna was dat anders. Hij liep op zijn tenen en niemand die aan de bel trok. Dan kregen we aan het eind van het jaar een rapport met alleen maar opmerkingen en zorgen en dacht ik: jullie zagen het dus wel, maar zeggen het nu pas. Dat voelde dan echt alsof er een jaar verloren was gegaan.

Eind groep zes zeiden we: dit gaat zo niet langer. We zijn van school gewisseld. Een hele stap waarvan ik achteraf denk: dit hadden we eerder moeten doen. Het verschil was zó groot. Hij werd gezien, begrepen. Ze hielden rekening met wat hij nodig had.”

En toen kwam de middelbare school…

“Die overgang was enorm. Alles moest ineens zelfstandig. Plannen, leren, toetsen maken, presenteren... Het vroeg meer dan hij aankon. Op school hield Midas zich groot - hij wilde zó graag meedoen - maar thuis kwam alles eruit: angst, spanning, slecht slapen en veel boosheid. Het zelfvertrouwen dat hij net weer wat had opgebouwd, raakte hij weer kwijt. En wij maar zoeken: wie ziet hem, waar is de zorg, wie pakt dit op?”

“Eind vorig jaar is hij uitgevallen. Hij was helemaal opgebrand en kreeg allerlei lichamelijke klachten. Zijn benen deden het ineens niet meer. Fietsen naar school: het ging gewoon niet. Dat was heftig - en je voelt je als ouder zó machteloos. Je ziet je kind wegglijden en je hebt het gevoel dat niemand weet wat er nu nodig is.”

“Er lijkt nu eindelijk beweging te komen. Midas heeft een team om zich heen dat samen kijkt: wat heeft hij nodig om überhaupt tot leren te komen, zonder prestatie? Gewoon aanwezig zijn op school, dat is al genoeg. Vanuit daar gaan we het stapje voor stapje weer opbouwen. En zorgen we dat hij weer succeservaringen heeft. Zo van ‘het lukt me wél’.”

“Dat zou ik andere ouders ook willen meegeven. Kijk niet alleen naar het niveau van je kind en naar wat ‘erin zit’, maar ook - en misschien wel vooral - naar waar je kind mentaal en emotioneel ruimte voor heeft. De switch naar de middelbare school vraagt veel. Dan gaat het niet meer over intelligentie, maar over belastbaarheid. Natuurlijk wil je je kind niet ondervragen, maar te veel vragen kan echt funest zijn.”

Jij hebt zelf ook ADHD, hoe kwam je daarachter?

“Zes jaar geleden liep ik zelf vast. Ik denk dat het voor veel mensen met ADHD herkenbaar is: je redt het jarenlang, met allerlei strategieën die je jezelf hebt aangeleerd. En dan komt er ineens iets bij waardoor de emmer overloopt. Bij mij was dat slaapgebrek. Ik was altijd een supergoede slaper. Maar ineens had ik – in die tijd dat Midas zo vastliep - gebroken nachten, maandenlang. En ja, toen donderde ik om.”

“Mijn diagnose heeft me milder gemaakt. Begripvoller ook. Dat het niet raar is dat ik soms zo struggle. En dat ik er niet altijd wat aan kan doen als ik veel te fel reageer. Mijn ADHD heeft ook veel invloed op mijn hormonen. En dat maakt het pittig.”

“Ik begrijp Midas nu beter. Als hij zegt ‘ik kan het nu niet’, weet ik dat dat ook écht zo is. En geen kwestie van ‘stel je niet aan, schouders eronder’. Die erkenning is voor hem fijn. Maar ja, twee volle hoofden en een hectisch gezinsleven met veel prikkels... dat kan óók botsen. Soms lopen we elkaar alleen maar in de weg.”

Zou je het anders willen?

“Nee. ADHD heeft echt ook mooie kanten. Het maakt me tot wie ik ben. Ik ben enthousiast, empathisch en voel dingen snel aan. Eigenschappen die ik ook terugzie in Midas en die me op allerlei momenten helpen. In mijn werk bijvoorbeeld, als juf. Ik voel snel aan wat een kind nodig heeft, ook als het dat zelf niet goed kan uitleggen. Sociaal gezien helpt het ook. Op plekken waar ik niemand ken, verjaardagsfeestjes of in nieuwe situaties: ik sta er dan wel. Ook al vind ik het spannend, ik maak makkelijk contact en ik voel de sfeer goed aan.”

Wat is terugkijkend het belangrijkste inzicht geweest?
“Slaap! Dat is álles. Dat geldt voor mij, maar voor Midas net zo goed. Zolang ik goede nachten maak, kan ik het aan. Ik heb meer geduld, kan beter nadenken. Maar als dat wegvalt, is de rek er snel uit. Ik probeer daar beter op te letten.”

“We hebben ook geleerd dat we het echt niet allemaal zelf hoeven te kunnen. Vanaf het moment dat we hulp van buitenaf hebben geregeld met huiswerk en leren bijvoorbeeld, kwam er zóveel rust. Samen leren, als je allebei ADHD hebt - het werkte gewoon niet. Nu maakt hij zijn huiswerk met de overbuurjongen.”

“Misschien wel het belangrijkste: meer rust inplannen. In het weekend gaan we er de ene dag op uit, maar houden we de andere dag bewust leeg. Dat hebben we echt moeten leren. Ook door erover te praten. Als dingen mislopen, hebben we het daarover: hoe kunnen we dit een volgende keer beter doen? Door je neus te stoten, leer je. Maak daar dan ook gebruik van.”

 

De namen in dit artikel zijn gefingeerd en zijn bekend bij de redactie.

[LUISTEREN]

ADHD bij pubers

In deze aflevering van de podcast ‘Help ik heb een puber!’ duiken hosts Kluun en Yvanka helemaal in het onderwerp AD(H)D. Wat is het, hoe herken je het bij je puber en waar moet je rekening mee houden? Best handig, want met elk een eigen ADHD-puber thuis kunnen ze wel wat advies gebruiken. Orthopedagoog Kina Smit beantwoordt al hun vragen.

[LEZEN]

Heidi (44) en haar dochter Lynn (16) hebben allebei ADHD

De opvoeding van een kind met ADHD vraagt veel geduld en structuur. Een flinke uitdaging voor Heidi (44), die zelf ook ADHD heeft, en haar man Tim (46). Toen hun dochter Lynn (16) 14 jaar was kwamen ze erachter dat ze ADHD heeft. Heidi: “Ik heb vaak gedacht: Andere gezinnen zijn zo leuk met elkaar, waarom kan het bij ons nooit eens normaal?” Heidi deelt haar ervaringen met het Nederlands Jeugd Instituut. 

[MEEMAKEN]

Alle Dagen Heel Divers is een (h)eerlijke en muzikale voorstelling over leven met ADHD. Toen Femke Vernij drie jaar geleden de diagnose kreeg, dacht ze eerst: “Wat een onzin, ik was geen lastig kind.” Want ADHD’ers zijn toch druk, onopgevoed of lui? Die hardnekkige misvatting wil ze nu de wereld uit helpen. Met muziek, zelfspot en persoonlijke verhalen neemt Femke je mee in haar zoektocht. Een voorstelling vol humor, herkenning en inzicht, voor iedereen met, zonder of naast ADHD. -> Check de speellijst

[LUISTEREN]

Ieder kind met gedragsproblemen of ADHD is anders. Dr. Marjolein Luman, universitair hoofddocent klinische neuropsychologie aan de VU en psycholoog bij Levvel, doet onderzoek naar deze groep kinderen en de effectiviteit van ouder- en leerkrachttraining. In deze podcast deelt ze wat werkt en wat niet. Hoe kun je als hulpverlener ouders en leerkrachten ondersteunen met de juiste opvoedtechnieken? 

[LEZEN]

Werkboek over ADHD bij tienermeiden

Met dit werkboek krijg je een kijkje in het leven van Kiki, een tienermeisje met ADHD. Aan de hand van korte verhalen, dagboekfragmenten, opdrachten en praktische tips laat auteur (en ervaringsexpert) Jacqueline Van de Sande zien hoe ADHD zich bij meiden van die leeftijd kan uiten: van druk en impulsief tot dromerig en naar binnen gericht. Het boek is bedoeld voor tienermeiden met (kenmerken van) ADHD, maar is zéker ook interessant voor ouders, begeleiders en professionals die willen begrijpen hoe ADHD in de puberteit wordt ervaren.

[VOLGEN]

Digitale maker @nanookvanderpol heeft ADHD en steekt dat niet onder stoelen of banken. Onder andere in het programma Hoedan en via haar social kanalen gaat ze op zoek naar manieren om, als ADHD'er, haar ‘shit op orde krijgen’. Vermakelijk, herkenbaar én zeker ook helpend. (foto: Powned)

Zie de leerling: zó voorkom je gevolgschade bij ADHD in de klas

Wat als het onderwijs beter zou aansluiten bij hoe een ADHD-brein werkt?

In de nieuwste podcastaflevering van ‘Aan het werk met ADHD’ spreekt host Frans Visée met Linda Slichter. Linda is leerkracht, moeder én ervaringsdeskundige. Ze weet dus als geen ander wat het betekent om met een ‘prikkelbrein’ in het onderwijs te functioneren. En ook: en hoe groot het verschil is als je gezien wordt en er rekening wordt gehouden met je ADHD.

Linda pleit voor onderwijs dat werkt vóór kinderen met ADHD, in plaats van tegen hen. Met oog voor voorspelbaarheid, positieve aandacht en groepsgericht werken. Niet alleen voor het kind, maar óók voor de leerkracht en het gezin eromheen.

Een eerlijke en praktische aflevering over onderwijs, kwetsbaarheid en de kracht van erkenning, waarin je ontdekt:

  • Waarom groepsgericht werken vaak beter werkt dan individuele aanpassingen

  • Hoe positieve aandacht en voorspelbaarheid een leerling tot bloei brengen

  • Wat ‘gevolgschade’ is, en hoe je die als leerkracht kunt voorkomen

  • Hoe Linda haar eigen ADD jarenlang verborg en pas laat haar missie vond

  • Waarom het onderwijs pas écht inclusief is als alle breinen mogen meedoen

ADHD in de familie: hoe houd je het relaxed en gezellig?

Je leest het in dit magazine: ADHD is behoorlijk erfelijk. Binnen één gezin hebben vaak zowel ouders als kinderen de diagnose. Nu heeft dat echt wel positieve kanten. Never a dull moment! En hoewel ADHD zich bij iedereen anders uit, zijn er vaak een boel dingen die je van jezelf in de ander herkent. Dat zorgt voor begrip en bereidheid om elkaar te helpen. Maar ja: het kan ook flink botsen. Volle hoofden, veel prikkels, weinig overzicht… Chaos! Hoe ga je daar goed mee om?

Maak slaap belangrijk
80% van mensen met ADHD slaapt slecht. Terwijl slaap heel bepalend is voor hoe je functioneert, zeker met ADHD. Een slechte nacht maakt je dag gewoonweg een stuk zwaarder. Nu zijn ADHD’ers niet per definitie goede slapers, maar er zijn wel degelijk knoppen waar je aan kunt draaien:

  • Vaste bedtijden, ook in het weekend (uitslapen mag, maar niet eindeloos)

  • Een vast avondritueel: elke avond hetzelfde, in dezelfde volgorde

  • Schermen op tijd uit: liever geen telefoon, laptop of tablet in het uur voordat je naar bed gaat

  • Rust na het avondeten: geen huiswerkstress, zware gesprekken of volle agenda’s

  • Overdag lekker naar buiten en bewegen: daglicht doet wonderen voor je biologische klok

Forceer structuur
Structuur. Het klinkt misschien saai, maar voor een ADHD-brein is het pure noodzaak. Het inbakken van structuur geeft overzicht, voorkomt discussies en scheelt een hoop energie. Wat helpt:

  • Een gedeelde agenda voor het hele gezin (digitaal of op papier)

  • Een family planner op een vaste plek in huis (koelkast, toilet?), zichtbaar voor iedereen

  • Een vast ritme inbouwen: probeer op vaste momenten op de dag op te staan, te eten, huiswerk te maken en naar bed te gaan

  • Verdeel de taken: spreek samen af wie wat wanneer doet en maak dat ook zichtbaar

Bouw rust in
Rust ontstaat niet vanzelf, zeker niet in een gezin waar meerdere hoofden altijd ‘aan’ staan. Je moet er dus bewust tijd voor maken. Door ruimte te laten, vertraag je het tempo en voorkom je dat iedereen over zijn grens gaat. Denk aan:

  • Plan lege momenten in de week: even geen afspraken, geen verplichtingen

  • Houd de weekenden luchtig: één dag iets ondernemen, één dag bewust niks

  • Las overgangen in tussen school, werk en thuis: even zitten, even niks…

  • Beperk prikkels in huis: minder geluid, minder spullen, minder ‘moeten’

  • Zeg vaker nee: skip die sociale afspraken als de batterij al leeg is

Blijf opbouwend (ook als het schuurt)
In ADHD-gezinnen lopen emoties soms hoog op. Iemand reageert fel, haakt af of vergeet wéér iets. Het is vaak geen onwil, maar overbelasting. Opbouwend blijven helpt om de spanning te verlagen en het zelfvertrouwen te beschermen. Wat beter werkt dan corrigeren of controleren:

  • Speel het niet ‘op de man’: “dit ging mis” in plaats van “jij doet het altijd fout”

  • Geef oprechte complimenten, ook over kleine dingen die wél lukken

  • Verlaag de lat op drukke dagen: niet alles hoeft tegelijk goed te gaan, give yourself (en de ander) some slack

  • Stel vragen in plaats van eisen: “wat heb je nodig om dit te kunnen doen?” in plaats van “ik wil dat je dit nu doet?”

  • Herstel na een uitbarsting: benoem wat er gebeurde en bespreek samen hoe dit een volgende keer beter kan

Schakel hulp in als het vastloopt
Soms kom je er samen gewoon niet uit. Dat is dan geen teken van falen, maar een signaal dat het te veel is geworden. Hulp van buitenaf kan lucht geven en ruimte creëren om weer vooruit te kunnen. Wat kan helpen:

  • Psycho-educatie of coaching om ADHD beter te begrijpen: hoe werkt jouw brein, waar loop je op leeg en wat helpt jou (of je kind) wél?

  • Oudertraining of gezinsbegeleiding om patronen te doorbreken en elkaar beter te begrijpen

  • Ondersteuning op school: bespreek wat een kind nodig heeft, niet alleen wat er misgaat

  • Hulp bij leren of plannen als dat thuis steeds strijd oplevert

Meer dan 8.000 deelnemers!

Met ruim 8.000 deelnemers biedt deze peiling waardevolle inzichten in ADHD op latere leeftijd. Binnenkort delen we hier de eerste resultaten.

Colofon

Dit online magazine is mede mogelijk gemaakt door Medice B.V.

Wij danken prof. dr. Sandra Kooij voor haar bijdrage, en Midas en Manon voor het delen van hun ervaringsverhaal.